Twitter


Jaarsma & de Boer

Kin gezond, kind gezond(artikel uit de Volkskrant door Bart Jungmann)



Het is dinsdag 5 april en de toestand van wielrenner Joost Posthuma past in een puntdicht. Hij zit in de bar van een hotel in Kortrijk en naast hem staat een wieg waarin Finn het leven alvast toelacht. Op zijn kin de gestolde herinnering van een valpartij aan de voet van de Kluisberg, twee dagen eerder in de Ronde van Vlaanderen.



Posthuma kan zich niets van de val herinneren, alleen dat hij naast zijn fiets lag en dat de toegesnelde verzorger hem vergeleek met een bokser na de knock-out. ‘De Ronde van Vlaanderen is zo’n hectische koers. Een schreeuwende menigte en voortdurend de helikopters boven je. Normaal anticipeer je op knarsende remmen, maar hier ben je kansloos.’

Zijn kin lag dus open en de hardnekkige hoofdpijn duidde op een lichte hersenschudding. Maar wielrenners laten zich niet kennen. Hij heeft vandaag alweer een paar uur op de fiets gezeten en de Scheldeprijs, een dag later, moet bij wijze van training ook wel lukken. Dat doet het ook 185 kilometer. Het laatste stuk laat hij schieten vanwege de hoofdpijn.

Over Parijs-Roubaix eind van de week wil hij zich dinsdag niet eens zorgen maken en anders is één blik in de wieg genoeg om die zorgen te relativeren. Joost Posthuma is sinds vier maanden vader en dat maakt een hoop dingen anders.

Vrouw en Finn zijn een dagje op bezoek in wat dezer dagen zijn tweede huis is. Sinds het voorjaar zich van San Remo heeft verplaatst naar Vlaanderen is dit hotel al een paar weken de gezamenlijk uitvalsbasis van zijn ploeg.

Zaterdag volgt een korte verhuizing naar het Franse Compiègne, voor de start van Parijs-Roubaix een dag later. Zondagavond keren ze voor de laatste keer terug naar Kortrijk. ‘Vieren we een feestje en zit het voorjaar er op voor mij.’ Joost Posthuma is een frisse en monter gestemde verschijning met Tukkerse tongval.

Hij is sinds een maand dertig jaar, moest het vieren met een fles wijn op een hotelkamer tijdens Tirreno Adriatico. Posthuma kreeg een berichtje van oud-ploeggenoot Koos Moerenhout. Dat hij de leeftijd heeft bereikt waarin iets harder in de remmen wordt geknepen voor een bocht, maar Joost Posthuma heeft er nog weinig van gemerkt. ‘Ik ben er niet mee bezig. Misschien omdat ik mijn verjaardag al zolang in het buitenland vier. Maar ik denk ook meer in fases. Ik heb een zoon, zit bij een nieuwe ploeg. Alles gaat goed.’

Tien jaar lang fietste Posthuma in dienst van Rabobank. Aan het eind van vorig seizoen maakte hij de overstap naar Leopard, de Luxemburgse megaploeg. Joost Posthuma is meesterknecht geworden in dienst van de meesterkopmannen Fabian Cancellara, Andy en Fränk Schleck.

Moest je dertig worden om deze stap te maken?

‘Op een gegeven moment zit je in een bepaald hokje als je al heel lang bij dezelfde ploeg rijdt. Je verliest de lol in het wielrennen en dat is altijd mijn grootste motivatie geweest, nog steeds trouwens. Ik moet er wel plezier in hebben.

‘Ik kon bijtekenen bij Rabo, maar dan was ik 31 jaar geweest om iets nieuws te beginnen. Dat is ook in het wielrennen behoorlijk oud. Ik was dus al een beetje aan het rondkijken toen Andy  me aansprak voor de start van de Ronde van Boxmeer. Hij vertelde over de plannen die ze hadden en dat ze op zoek waren naar een renner als ik, iemand die mee kon tot in de finale.

‘Tijdens de Ronde van Boxmeer hebben we er veel over gekletst en na afloop heb ik meteen mijn vrouw gebeld. Dit was wat ik zocht. Theo de Rooy, mijn manager, heeft de contacten gelegd en toen was het snel rond.

Je was toe aan een nieuwe uitdaging.

‘Ja, een nieuwe prikkel. Ik heb een mooie tijd gehad bij Rabo, maar het wordt allemaal zo voorspelbaar. Je weet in juni al waar je in januari in trainingskamp zit en welke rondjes je daar zult rijden.’

Was je carrière tot stilstand gekomen?

‘Ik won elk jaar wel een koers. Ruta del Sol, wie had dat gedacht toen ik begon met wielrennen. Twee keer tweede en één in keer eerste in de Driedaagse van De Panne. Top-10 in tijdritten tijdens de Tour. Het kan beter misschien, maar ik heb er wel altijd plezier in gehad.’

Zat er met jouw capaciteiten als tijdrijder niet meer in?

‘Nee, ik ben 1.89 meter en te zwaar. In de Dauphiné en de Ronde van Zwitserland kom ik te kort in de bergen.’

Indurain lukte dat toch ook?

‘Dat was een ander tijdperk, ander wielrennen misschien.’

Andere methoden?

Lachend: ‘Andere trainingsmethoden, laten we het daarop houden.’

Joost Posthuma zegt dat hij dertig jaar moest worden om deze stap te kunnen maken. Vijf jaar geleden was hij nog te veel vervuld van eigen ambities en was het nog een grote eer om als Hollandse jongen voor een Hollandse ploeg te rijden. Nu is het zijn ambitie om een uitgesproken favoriet als Cancellara zo goed mogelijk bij te staan en wat ze allemaal over hem beweren op internetfora is hem worst.

Maar de uidaging ligt ook in de ploeg die Leopard is met de verschillende nationaliteiten en culturen. ‘Bij Rabo sprak je alleen maar Nederlands. Hier is de voertaal Engels. Maar ik heb ook al een paar weken bij Fabian Wegmann op de kamer gelegen en dan spreken we Duits. Tijdens de Tirreno kwam de moeder van Bennati aan met een zelfgemaakte cake. Ik had ook naar Liquigas kunnen gaan, maar dat is Rabo op z’n Italiaans. Dan is dit veel leuker.’

Zeker wel een kick om in één ploeg met Cancellara te rijden?

‘Iedereen kijkt naar ons. Dat maakt het wel mooi. Bij Rabo had je Flecha, dat was een kanshebber. Nu rijd je met de topfavoriet. Alles is ook gericht op de grote wedstrijden en dan moet je wel je verantwoordelijkheid nemen. Steeds van voren zitten. Dat vergt uiterste concentratie, maar het maakt je ook sterker.’

Wat voor kopman is hij?

‘Heel goed. Heel duidelijk vooral. Ieder heeft zijn eigen taak. Die haalt water, die sprint mee, die is er in de finale nog bij. Er is een voorbespreking om de tactiek te bespreken en een  nabespreking over hoe het verlopen is.’

Was de teleurstelling groot na de Ronde van Vlaanderen?

‘Dat denkt de buitenwacht misschien, maar wij waren alleen maar trots op hoe Fabian zijn favorietenrol heeft ingevuld. Alles reed tegen ons, maar wel tweede in Milaan-San Remo en derde in Vlaanderen. Ik geef het je te doen.’

En jouw rol?

‘Bij Rabo was het vaak meteen er in springen. Nu zit ik dichter bij het succes en ik krijg er ook de waardering voor. Stuart O’ Grady is wegkapitein, maar daarna kom ik zo’n beetje, ook qua leeftijd. Voor Stuart heb ik echt respect gekregen. Hij kan een koers lezen en schrijven. Dat soort mannen heb je echt nodig.  

Ambieer je dat ook?

‘Ja, maar daar moet je langzaam naar toe groeien. Stuart is al 37, dat is nog wel een verschil. Eerst maar eens kijken hoe het dit seizoen gaat.’