Twitter


Jaarsma & de Boer

Donker asfalt


>> Foto's
De Eneco Tour van 2011 gaat van start in de Amersfoortse wijk Vathorst. Het wielerspektakel neemt voor één dag het gewone leven in de gelukkigste wijk van Nederland over. Rond het winkelcentrum, waar het op een gewone maandagmiddag normaal altijd rustig is, staan lukraak neergesmeten teambussen. De bus van Leopard-Trek staat voor de supermarkt. Om twee minuten voor half vier komt Joost uit de bus en zet zich op zijn fiets. Over vijftig minuten zal hij van het podium rijden om een serieuze tijd neer te zetten, maar eerst warmdraaien. Het parcours is inmiddels al verkend; "vanmorgen, in de regen een paar rondjes gedraaid" aldus de renner. Hij kijkt naar rechts waar een aantal jongens vol eerbied zijn naam uitspreken. Opgewonden stoten ze elkaar aan en wijzen naar de renner uit Enschede.


Joost heeft het parcours niet alleen met de fiets verkend. Als ploeggenoot Giacomo Nizzolo rond de klok van tweeën begint aan zijn tijdrit, zit de lange renner in de ploegauto. Op dat moment komt het water met bakken uit de lucht en Joost moest net nog een sprintje trekken naar de auto om niet opnieuw tot op het bot nat te regenen.

Terwijl Joost warmdraait op de Taxc, kijkt hij vooruit naar de komende proloog. "Ach, we zullen zien wat het wordt, ik voel me wel goed" zegt hij voorzichtig. Dan is het tijd om te vertrekken naar de start, de helm gaat op, de handschoentjes aan, een groet van de mecanicien en dan slingert hij zich op de fiets door het publiek.

Het 5,7 kilometer lange parcours gaat deels over de rondweg, duikt onder het spoor door, klimt iets verder over een viaduct en bevat zes rotondes die met het verkeer mee genomen worden. Dan is er een scherpe bocht rechts en komen de renners op een fietspad uit, waar de laatste anderhalf kilometer tussen de achtertuinen wordt gereden. Mooi glad maar, met regen, glibberig asfalt. Het zal ook daar zijn, op dat donkere asfalt, dat Joost het zwaar zal krijgen, maar vooralsnog heeft hij daarvan nog geen weet.

Het startschot klinkt en Joost schiet weg. Applaus klinkt en de teamwagen schiet achter nummer 161 aan, een groot bord met de naam van de renner op de motorkap. Joost heeft de vaart er goed in, scheert rakelings langs afzettingen en verradelijk hoge stoepranden. Zijn rit wordt ritmisch ondersteund door het geratel van tientallen camera's en uiteindelijk zet hij een twaalfde tijd neer in het klassement, 7 minuut 16. "Het was zwaar" vat hij de rit achteraf samen. "Dat eerste stuk ging goed, maar ik heb de laatste anderhalve kilometer zo ontzettend moeten afzien, ik heb  gewoon zitten overgeven van de inspanning!" Dan lacht hij en zegt: "dat hoort erbij, ik heb net natuurlijk een tijdje rustig aan gedaan, wat criteriums gereden en getraind, dat is toch iets heel anders dan rijden in een wedstrijd."

Rond zes uur, de laatste renner is allang over de finish en de winnaar, Taylor Phinney, is op het podium gehuldigd, is de bus van het Luxemburgse team alweer onderweg naar Breda. "Opnieuw een verplaatsing, eentje die bijna langer duurt dan van huis hierheen" aldus Joost. In zijn stem klinkt opluchting,  het is weer koers. Hij is niet de enige, in de bus is het rumoerig, de spanning van de eerste koersdag ontlaadt. Straks in het hotel is het tijd voor eten en een massage. Wat er op tv gekeken wordt, weet Joost nog niet. Tom is ten slotte de man van de afstandsbediening.

Foto's (c) Sportfoto.nl en EJJ