Twitter


Jaarsma & de Boer

Nederlandse Club Kampioenschappen


>> Foto's
Terwijl hij zijn auto behendig over de Duitse Autobahn stuurt, bereidt Joost zich voor op de ploegentijdrit. Uit de speakers dreunen de klanken van de Fugees. "Ready Or Not, Here I Come, You Can't Hide, Gonna Find You and Take it Slowly." De rit gaat deze zaterdag richting Hoogezand-Sappemeer. Daar wordt een bijzondere wedstrijd gereden, het Nederlands Club Kampioenschap. De renner gaat vandaag de strijd aan met de top van de Nederlandse wielerclubs. Niet in de kleuren van het Luxemburgse Leopard-Trek, maar in de bekende felgekleurde outfit van de Oldenzaalse Wieler Club.



Hoogezand-Sappemeer is er klaar voor. Op de parkeerplaats bij Sporthal De Kalkwijck staan bijna 50 teams klaar voor hun moment van de waarheid. In de OWC-tent is de sfeer gemoedelijk. Mechaniciën Haiko Wantia ontfermt zich over het rollend materieel, de koffie loopt en ploeggenoten Joost Koelen, Joost v Weerd, Delon Braamhaar, Axel Bult, Michiel Derksen druppelen langzaam binnen. Ploegleider Henk Nijland legt de laatste hand aan de teamwagen als Joost de laadruimte van de OWC bus induikt om zich te verkleden. Even later springt hij op de fiets voor een verkenningsrondje langs het parcours.

Een uur voor de start roept Nijland zijn renners bij elkaar voor een tactische bespreking. Flarden van het gesprek zijn op de vangen als hij met brede handgebaren uitlegt wat hij deze zaterdag verwacht van de ploeg. Vorig jaar eindigde de OWC nog als derde, iets waar Nijland nog niet aan durft te denken als hij naar de ploeg kijkt. Hij ziet gespannen gezichten en weet dat de ploeg minder sterk is dan vorig jaar. De hoop is gevestigd op Joost Posthuma. De renners trekken een van een een tijdritpak aan. "Doe maar een tweetje" roept Joost als hij uit de laadruimte tevoorschijn komt. Zijn handen geven aan dat de outfit die hij draagt te ruim is. "50 kilometer in een te ruim pak, dat gaat schuren" verduidelijkt hij.

Als de renners richting start in de sporthal gaan wachten Wantia en Nijland gespannen het startschot af in de ploegleiderswagen . Plots duikt de ploeg op uit de duisternis van de sporthal en het spel is op de wagen. Nijland geeft een dot gas als de zes tussen de dranghekken het parcours opschieten. Al snel blijkt de leegheid van het Groningse landschap. Plat en winderig, over smalle wegen, met hier en daar een bocht, racen de zes renners achter elkaar aan. Al snel is vanuit de wagen te zien dat Dennis Brouwer niet lekker zit, hij heeft steeds vaker moeite om nog aan te pikken en haakt na 7 kilometer af.

Henk Nijland slaat het met bezorgdheid gade, mindert vaart en roept de afgehaakte renner toe dat hij rustig door moet rijden naar de finish. Dan gaat het gaspedaal weer in en schuift de wagen achter de vijf overgebleven renners. De vijf nemen lossen netjes af, maar het is duidelijk dat Joost de langste beurten maakt. "Daar hebben we hem ook voor mee genomen" merkt de ploegleider op als hij ziet dat de prof een lang stuk tegen de wind voor zijn rekening neemt. Na 14 kilometer is Delon Braamhaar de volgende afvaller. "Ai, nog maar vier te gaan, nu maar hopen dat Joost de rust uit weet te stralen om ze bij elkaar te houden."




De vier overgebleven renners wapperen in de wind. Joost draait steeds langere beurten en flarden van aanmoediging klinken in het winderige landschap. Ondertussen nadert de ploeg van Wielervereniging Noord-Holland met rasse schreden en wijst een official van de bond de wagen van Oldenzaal naar de kant. Een bidon knalt uiteen tegen de zijkant van de auto, een boze worp die gepaard gaat met een onverstaanbare verwensing. "Het zal de spanning zijn" reageert Nijland nuchter. De vier overgebleven OWC'ers worden ingehaald, maar dan vallen de achtervolgers stil en is tussen de voertuigen door te zien dat beide ploegen in elkaars wiel zitten. Na wat geharrewar komen beide ploegen onafhankelijk over de streep. Toch hebben de Oldenzalers zeker  niet slecht gereden, een vierde plek is de beloning. Voor Joost een reden om trots te zijn, een opluchting voor Nijland en tot verbazing van enkele ploeggenoten die een plek tussen de 10 en 15 verwacht hadden.

Dan is het tijd om te douchen en nog even kort na te praten. De tent wordt afgebroken en een verfriste Joost komt uit de douches. Tijd om naar huis te gaan. "Lekker gereden" lacht hij, "het is mooi om zoiets voor je kluppie te doen." Dan rijdt hij weg, richting de grens voor de snelste route naar huis. In de auto klinkt het nog één keer.... "Ready Or Not, Here I Come, You Can't Hide, Gonna Find You and Take it Slowly."