Twitter


Jaarsma & de Boer

The last race


>> Foto's
Zaterdagmiddag, de zon schijnt volop en het is lekker fris en rond de vijver achter de Vlierstraat. Naast een grote groene tractor staat Joost aanwijzingen te geven. "Leg deze hier maar neer, daar kunnen ze morgen mooi overheen springen" lacht hij. Enthousiast wijst hij met zijn armen in het rond. "Het is toch prachtig hier?" Dan grijpt hij een dranghek en sjouwt verder. Joost is, samen met een ploegje mensen van Wielervereniging Het Oosten, bezig om het parcours van de GOW-rit uit te zetten. De GOW, een afkorting van Gemeenschappelijke Oostelijke Wielerverenigingen, is een spannende veldritcompetitie. Deze zondag strijkt het moddercircus neer in Enschede en de renner zal zelf ook aan de start staan. Zichzelf sparen doet Joost niet; "niet te breed die bocht, anders wordt het te makkelijk en is er niets meer aan" roept hij als het lint bij een bocht niet naar zijn zin gespannen is. Even later roept hij de tractor te hulp, er zijn nog wat boomstammen over en daar is een mooie chicane van te bouwen.




De volgende ochtend is er al vroeg bedrijvigheid langs het parcours. De jurywagen is neergezet, fietsenmaker en Rabo Off-Roadteamcaptain Jan ten Tusscher komt tenten en tafels brengen, paden en wegen worden afgezet, de parkeerplaats gaat open, een laatste check van het parcours wordt gedaan en de eerste, jeugdige, deelnemers staan al in de rij voor de inschrijving. Het is ijskoud, maar in tegenstelling tot de rest van het land, waar dichte mist zelfs zorgt voor afgelaste sportwedstrijden, schijnt de zon volop. Even na negenen starten de allerjongste renners. Ze rijden twee ronden op het parcours en hoeven niet over de boomstammenhindernis, maar mogen er langs rijden. Een beslissing die is genomen nadat enkele jonge rennertjes zich in tranen bij ouders melden met de mededeling dat de hindernis een onneembare veste blijkt te zijn voor de korte beentjes. Drie verschillende klassen Jeugd starten na elkaar en bij de allerkleinste is de wil om te winnen duidelijk zichtbaar.

Als de volgende klassen hun koers rijden duikt er een vrolijk gezicht op en wordt er een fiets de koffietent in geschoven. "Goedemorgen allemaal, eerst maar eens een bakje koffie!" In de rij wachtenden voor de inschrijving klinkt gemompel; "kijk, dat is Joost Posthuma!" De renner is zich daar niet van bewust en groet links en rechts bekenden, maakt grapjes met medewerkers, kijkt eens goed naar de bakplaat waar de uien en hamburgers sissen. Met een plastic beker koffie in de handen loopt hij de tent uit, schudt handen met de juryleden en microfonist Dick Soepenberg en bekijkt het spektakel eens goed. Het straalt van hem af, Joost is volop aan het genieten van de drukte rond en op het parcours. Als hij ziet hoe de renners in vliegende vaart 'zijn' hindernis nemen barst hij in lachen uit.  

Tegen het middaguur staat Sinterklaas plots op de finishlijn. Het is tijd voor de dikkebandenrace, een onderdeel waar Joost zich altijd hard voor maakt. Jonge kinderen mogen met 'Stammie' en hem, op hun eigen fietsjes, een aantal rondjes rijden over een aangepast parcours. De allerjongsten, enkele nog onder de indruk van de Goedheiligman en kauwend op pepernoten, krijgen een opdracht mee. Haal vooral beide Leopard-Trekrenners in en zorg dat je als eerste over de finish komt, want er zijn mooie prijzen. Bij de eerste bocht gaat het al mis. Een van de driejarigen heeft nog nooit geremd en gaat onderuit. Een ander schiet naar rechts, terwijl de bocht toch echt naar links gaat. Er zijn tranen, er is gelach en even later zit een van de kleintjes weer op de fiets. Tom en Joost hebben de grootste lol terwijl ze met een slakkengang rondrijden. Na afloop is er een echte prijsuitreiking, winnaars krijgen een echt Leopard wielershirt, dat het team afgelopen week liet bezorgen. De kleintjes verzuipen in de shirtjes, maar stralen van trots. Voor de anderen is er een bidon "precies zoals Andy Schleck ook op zijn fiets had."

Zwarte Piet deelt nog wat pepernoten uit. Een paar honderd meter verderop staat de laatste groep veldrijders al klaar voor de strijd. Het is de groep waar Joost zelf in mee gaat rijden en hij moet zich haasten. Dan klinkt het startsignaal en is de vriendelijke kindervriend plots weer beroepsrenner. Met een geconcentreerde blik op het gezicht gaat hij als een van de laatsten van start. Niet dat Joost is vergeten op te letten, het is een beleefd gebaar naar de andere renners, mannen die elke week deze winter uitkomen in een GOW-rit. Voorzichtig begint hij aan een opmars. Aan de kant wordt hij toegejuicht door een van plezier kraaidende zoon Finn in zijn wandelwagen. In het veld volgt een kritische vader Posthuma de inspanningen van zijn zoon. "Gaat nog niet helemaal goed, hij heeft de benen nog veel te dik, hij moet nog wel wat aan de vorm doen" merkt vaders op als hij zijn zoon het bos uit ziet komen. Hoe kritisch de vader ook klinkt over zijn zoon, zijn ogen stralen trots en liefde uit. Dat blijkt als hij verhalen over vroeger ophaalt, over het de keer dat beiden in hun eigen klasse hardloopkampioen werden.

Een andere vader kijkt ondertussen nog veel kritischer naar de koers. In zijn 'clan' draait het deze dag om de winst. Broers Tom en Bas Stamsnijder gaan om en om aan kop en hebben een voorsprong op de rest van het veld. "Kom op, niet verslappen maar versnellen, kijk goed achter je" bromt oud wereldkampioen veldrijden Hennie Stamsnijder tegen Bas. "Man, ik kan gewoon niet meer versnellen, het doet zo'n pijn" roept Bas terug. De renner won zaterdag de GOW in Oldenzaal maar kwam wel in aanraking met een andere renner en moest bij de dokter "een glip in de knie" laten dichtplakken. Ondertussen is Joost al aardig opgeschoven naar voren. Onzichtbaar voor de toeschouwers haalt hij, op het paadje achter de vijver, de ene renner na de andere in. Hij zit in zijn wedstrijdmodus, de blik alleen op het parcours en de renner voor zich. Van andere zaken krijgt hij niets mee, hij is doof voor opmerkingen vanaf de kant en merkt niet eens hoe zijn eigen webmaster in het prikkeldraad jumpt na het maken van een foto "in the face". "Ik moest ook echt heel goed opletten" zegt hij daarover achteraf, "het was echt op sommige plekken heel glad".

Uiteindelijk rijdt Joost naar een verdienstelijke vierde plaats. Bas Stamsnijder wint, terwijl 'grote' broer Tom de strijd in de laatste honderd meter moet opgeven en derde wordt. Als de laatste renner over de finish komt, zijn vrijwilligers al druk bezig met de afbraak van het parcours. Verslaggever Ralph Blijlevens van de Twentse Courant/Tubantia interviewt zowel Tom als Joost uitgebreid voor een groot artikel in de krant maandag. Als Tom richting kleedkamer verdwijnt gaat Joost ook iets droogs aantrkekken. Dan komt hij weer terug in de tent. Op zoek naar iets eetbaars vist hij uiteindelijk uit de auto van vrijwilliger Jos een hamburger. Dezelfde Jos komt even later met een appel en een sinaasappel die hij met de woorden 'hier, das tenminste gezond" in de handen van Joost drukt. Inmiddels is het parcours bijna klaar, maar de renner steekt, nog steeds in wielerkleding, de handen uit de mouwen en sjouwt met dranghekken. Dan gaat hij naar huis, op de fiets. De laatste koers van 2011 zit erop. De laatste keer ook dat Joost in dezelfde teamkleding reed als goede vriend Tom. Volgend seizoen rijden beiden bij een andere ploeg, geen Hollandse grappen meer op de hotelkamer.