Twitter


Jaarsma & de Boer

Blokjes rijden




Deze maandagmorgen maakt Joost zich al vroeg klaar voor een trainingsrondje dat uiteindelijk bijna 95 kilometer lang blijkt te zijn. Buiten is het nog fris, de thermometer komt nog niet boven de 6 graden uit, de zon laat zich, verscholen achter dikke en donkere wolken, nog niet zien. Joost oogt fit en ontspannen, de griep is duidelijk uit zijn lijf. "Zo, even de buff om het hoofd" lacht hij en verstopt zijn oren achter de strakke band. "We doen een rondje richting Losser, uurtje of vier, met een paar blokjes." De helm gaat op, de winterhandschoenen aan en even later rijdt hij Enschede uit richting de Hoge Boekelerweg. Soepel passeert hij andere verkeersdeelnemers en obstakels, het tempo zit er goed in.


Over de afgelopen weken wil hij niet veel kwijt, "das war, ik concentreer me weer op wat komen gaat en hoop snel weer te kunnen koersen." Joost beseft dat hij nog duidelijk in een herstelperiode zit, maar wel op een goed punt. "Je lichaam krijgt zo'n klap van het ziek zijn, je moet weer helemaal opnieuw beginnen, dat is natuurlijk balen, maar tegelijkertijd hoort t bij het vak van wielrenner." De renner onderbreekt het gesprek van tijd tot tijd met een korte route-aanwijzing. We rijden zijn vaste route, een parcours met verschillende in te lassen extra lussen. "Zullen we een blokje doen?" De versnelling schakelt en het tempo gaat omhoog. Met regelmatige trappen duwt hij zijn pedalen rond. Het valt op, Joost zit 'mooi' op de fiets, een karakteristieke houding die hem ook in het peloton doet opvallen.
De kilometerteller loopt op, maar daarop kijkt Joost niet, hij grapt "die is stuk" maar legt uit dat trapfrequentie, hartslag en wattage voor hem graadmeter zijn. De snelheid moet hij na afloop van het eerste blok dan ook navragen. Een tweede blok, langer en zwaarder, voert richting de Duitse grens achter het mooie Vasse. De ketting gaat voor op het grote blad en wipt achter naar een van de kleinste tandwielen, de 12 of 13. Voor hem een lange zuigende klim, maar zonder snelheid te verliezen trapt Joost gestaag naar boven. Daar wijst hij mooie mountainbikeroute's aan, memoreert aan technische trainingen in de zandafgraving "daar verderop" en checkt zijn SRM. Dan slaat hij links af en rijdt even later Nederland weer binnen, "een kort uitstapje in het buitenland" grapt hij, "maar alleen op deze paar rustige weggetjes.".
De uitslag van de 'blokjes' geven aan dat hij er nog niet helemaal is, maar veel scheelt het niet. "Gisteren voelde ik de beentjes nog, maar vandaag gaat het al vanzelf" merkt hij op. Joost kijkt uit naar de koers, hij hoopt zo snel mogelijk, na een volledig herstel, "anders heeft het geen zin", weer op pad te kunnen. Een wielrenner zonder koers, dat hoort nou eenmaal niet. Ongemerkt nader de grote Twentse steden weer en kruisen we door Hengelo, de geboortestad van Joost. Opnieuw een vaste route de stad uit naar Enschede. Drie uren zijn verstreken sinds het vertrek en bij de laatste rotonde klinkt het "mag ik u bedanken" en hij zwaait. Joost knoopt er nog een uur training aan vast voordat hij naar huis gaat. Morgen staat een langere training op het programma, net als voor de dagen er na, steeds weer een uurtje erbij. Als Joost zo doorgaat is hij donderdag weer 100 procent fit.