Twitter


Jaarsma & de Boer

Optimisme, etappe 2 Tirreno-Adriatico




Waar hij is, Joost heeft geen idee. Ergens in "een mooi hotel ergens in Italië", verder komt hij niet. "Dat krijg je als wielrenner helemaal niet mee, na de finish stap je in de bus en je wordt naar het hotel gereden, onderweg heb ik geen plaatsnaambordje gezien." Hij klinkt een stuk optimistischer dan gisteren na de zo dramatische verlopen ploegentijdrit. Vandaag heeft Joost veel voorin gezeten, televisiekijkers zagen regelmatig het rugnummer 176 door het beeld dansen, aan kop met Benatti, Stamsnijder en o'Grady in de buurt.

(c) foto Sirotti

De finish ligt deze donderdag in Arezzo. Met een afstand van 202 kilometer en een paar kleine klimmetjes geen echt moeilijke rit. Toch was het een lastige dag volgens Joost, "die Italiaanse wegen hebben veel bochten en er staan veel auto's aan de kant, dat maakt het wel ingewikkeld." Zeker met een peloton van 200 man, "als die allemaal over zo'n klein weggetje moeten, dan wordt het wel dringen!" Zo'n groot peloton heeft ook zijn voordelen licht Joost een tip van de sluier op, je kunt af en toe wel even lekker schuilen in de massa ."De communicatie, in Italië wordt vanwege de status van de wedstrijd gewoon met oortjes gereden, verliep niet soepel, "de hele dag storing op de lijn, niet echt fijn."

Voorin zitten is zijn "ding" dezer dagen. De kopmannen Frank Schleck en Fabian Cancelara hebben hulp nodig en die krijgen ze, onder andere, van Joost. Deze rit speelde Benatti een belangrijke rol. De etappe ging door zijn eigen regio en hij kende het parcours op zijn duimpje. Helaas voor het team van LEOPARD TREK had 'Benna' de "knollen op" tegen het eind en zat er geen overwinning in. Joost heeft nog wel wat op te merken over het laatste stuk parcours, "vlak voor de finish plots zo'n smal weggetje is eigenlijk niet normaal, dan komt niet iedereen meer goed te zitten en als je dan toch met vier man voorin bent, heb je echt geluk."

Met de gezondheid gaat het steeds beter, Joost moet na afloop wel veel hoesten, maar voelt zich beter. Hij is niet de enige in het peloton, veel renners hebben last van ziekteverschijnselen. "Het virus heerst in het peloton, dan kun je echt goed merken, alles gaat wat langzamer maar het is geen peddelen." Klagen doet hij niet, "dat hoort gewoon erbij als je op het hoogste niveau van het wielrennen fietst." Daarnaast voegt hij toe, "wij worden wel heel goed verzorgd!"

Het is tijd voor de massage en Joost stapt op. Het eten staat pas tegen 8 uur op tafel, de Hollandse gewoonte om rond 5 uur te eten kennen ze niet in Italië. "Nergens waar we koersen, of het nou Frankrijk, Spanje of hier is, het eten laat altijd lang op zich wachten" zegt hij met een lach. Dan haast hij zich weg, met een beetje geluk kan de laptop nog even aan voor een aflevering van zijn nieuwe favoriete serie Dexter.